Slogan indien we het ooit gebruiken - aanzetten via Toggle






Deze pagina heeft tot bedoeling je wegwijs te maken in het safari-aanbod op de markt, zodat je bij elk aanbod tenminste de pitfalls ziet zitten, en zodat je ook appels met appels gaat vergelijken.

We beseffen dat het een pak leesvoer is. Maar als je hier even de tijd voor neemt zal je
betere en meer doordachtere keuzes maken, wat er op zijn beurt dan weer voor zal zorgen dat je safari-producten zal kopen die beter zijn qua verhouding prijs-kwaliteit.
 
 
 

1. Welke accommodatie?

 
Wie nog nooit op safari is geweest, heeft zeker en vast moeite met het kiezen van de juiste accommodatie. Concreet; vooral tenten - ook al zijn ze binnenin zeer ruim en zijn ze luxueus ingericht - lijken toch maar gevaarlijk. Zijn die dingen wel veilig? En sterf je daarin niet van de hitte, of wordt het ’s nachts niet te koud?

Laat ons maar eerst de grootste vrees weg nemen; kamers met canvas muren (want je kan zo’n accommodatie meestal nog moeilijk “tenten” noemen) zijn perfect veilig. Er is nog nooit in het bestaan van eender welke lodge in Afrika een roofdier zo’n kamer binnen gedrongen om op een mens te jagen. De reden hiervoor is héél simpel; de mens staat niet op het prooien-lijstje van leeuwen of luipaarden. Integendeel, voor zo’n dieren betekent “de mens” gevaar. Roofdieren houden hun afstand als het op mensen aankomt, en zetten het eerder op een loopje als je te dicht komt. Het is bovendien evenmin zo dat je een roofdier kan “verrassen” met je aanwezigheid. Ze hebben je al lang geroken voor jij hen nog maar ziet.

In feite heeft canvas zelfs een aantal voordelen ten opzichte van stenen muren. Ten eerste kan je dan beter genieten van de nachtelijke geluiden. En ten tweede; op de warme dagen (en dat is het merendeel van de dagen in Afrika) is zo’n tent veel draaglijker ’s nachts (in vergelijking met de klamme lucht die in een stenen gebouw vaak hangt).

Canvas heeft slechts twee kleine nadelen. Op de heetste dagen is het ook heter in zo’n kamer, op de middag. Maar daar plaatst men een ventilator voor. En in de koudste winternachten kan het een tikkeltje fris zijn. Maar dan legt men extra dikke dekbedden met veel dons, en voorziet men warmwaterkruiken aan de voeten (wat het meteen wat avontuurlijk maakt).

Wat ons betreft zijn stenen muren dus licht in het nadeel. Om de klamheid / warmte uit de kamer met stenen muren te halen heeft men daar vaak airco voor nodig. En een airco maakt lawaai, daarom plaatst men dan glas (soms zelfs dubbel). En met die volledig afgesloten kamer verdwijnen dan weer alle nachtelijke natuurgeluiden.

Aan jou de keuze natuurlijk! En die keuze kan bvb gebaseerd zijn op het tijdstip van je reis (winter of zomer). Maar als je tussen de stenen muren terecht komt; probeer dan overdag de koelte binnen te houden door de kamer goed afgesloten te houden. En zet ’s nachts alle ramen open en laat de airco uit.

Een tweede vraag is;
moet een lodge omheind zijn met schrikdraad of niet?

De aanwezigheid van zo’n omheining geeft een gevoel van veiligheid. Want dan heb je meteen een “binnentuin” waar je veilig kan in rondlopen en aan het zwembad kan gaan liggen. De waarheid is; in een niet-omheind kamp kan je dat evenzeer. Want die schrikdraad is er veeleer om toeristen een vals gevoel van veiligheid te geven. Via de eerste de beste boom gaat een luipaard zo over de omheining heen. En slangen gaan er onder door. Bovendien staat zo’n schrikdraad zelden op, want er is niet altijd stroomvoorziening.

De lodges die meest gebaat zijn met een omheining zijn lodges die veelvuldig sproeien om een “westers” ogend gazon te onderhouden. Want dat vele groen zou anders té verleidelijk zijn voor ongewenste bezoekers zoals neushoorns, olifanten of buffels. Maar lodges die zo’n tuin niet hebben ogen meteen veel natuurlijker (ze passen meer in hun omgeving) en hebben meteen geen omheining meer nodig. En dat zwembad, dat is er nog steeds hoor.

Een derde vraag bij het kiezen van accommodatie wordt zelden gesteld en is nochtans niet onbelangrijk;
hoe groot is het gebied waarop de lodge mag rondrijden?

In vaktermen heet dit “traverse”. Lodge A heeft “traversing rights” met lodge B en C, en dat geeft haar in totaal X Ha aan “traverse”. Sommige lodges hebben een heel groot eigen domein, en hebben geen traverse met de buren nodig. Typisch zijn zo’n lodges aan de dure kant. Andere lodges hebben een klein domein en kunnen niet anders dan hun grondgebied delen met de buren. Anders zouden hun gasten al snel uitgekeken zijn op dat kleine domein. Deze lodges zijn goedkoper.

In wezen hoeft grondgebied delen niet echt een probleem te zijn. Want voor het gehele privé reservaat zijn richtlijnen opgesteld, zodat een goede safari-beleving gegarandeerd blijft. Een voorbeeld van zo’n regel; er mogen slechts twee of drie voertuigen per sighting aanwezig zijn. Of een ander voorbeeld; men mag enkel rijden op cutlines van domeinen waarop men traversing rights heeft (waar domeinen elkaar raken bemerk je loodrechte wegen door de bush, zogenaamde”cutlines”).

Terzijde; er zijn ook nog bijkomende regels die niets met traverse te maken hebben. Zo mogen lodges maar een beperkt aantal bedden hebben per 1000Ha. Deze regel op zich betekent al dat de safari-ervaring in een privé-park veel exclusiever is. Maar ook voor de dieren is het beter (want teveel voertuigen; dat kan hen storen).

Maar hoeveel traverse moet je nu net hebben? Dat hangt af van je safari-ervaring. Wie al meerdere safaris deed wil al eens graag wat langer met een dier spenderen. In plaats van er gewoon wat foto's van te nemen wil men het dier volgen in zijn natuurlijk gedrag. Maar dat kan niet bij elke lodge. Voor de doorwinterde safari-reiziger is het daarom aan te raden om lodges te kiezen met een groot gebied, zonder dat ze te veel moeten delen met de buren. Want delen met anderen betekent dat men tijdslimieten gaat opleggen per sighting, zodat iedereen de kans krijgt het bepaalde dier te zien. Typisch is de tijd die je spendeert aan een sighting dan slechts zo’n vijftien minuten.

Gaat men een eerste keer op safari, dan stoort men zich daar niet aan. Dan ben je beter af op een gebied waar veel wordt gedeeld. Zo maximaliseer je je kansen om alle dieren te zien, en er foto's van te nemen.

The Safari Bug beschikt over alle recente informatie wat betreft traversing rights in de privé parken en kan je helpen bij je lodge-keuze.



The Africa Bug
loopt er nooit de kantjes vanaf

Geen lodges buiten de natuurparken
De juiste voertuigen, aangepast aan de natuur
Kwalitatieve gidsen en trackers

Dat maakt ons niet de goedkoopste
maar wel de beste qua verhouding prijs/kwaliteit

Want duur hoeft het evenmin te zijn



 
 
 

2. Welk voertuig?

 
Hier kunnen we kort in zijn; onze voorkeur gaat uit naar volledig open voertuigen. dat wil zeggen; geen dak, noch ramen. Sommige lodges halen zelfs de deuren van de bestuurder en passagier vooraan ook weg. Bedoeling is natuurlijk om zo dicht mogelijk bij de natuur te staan. Een dak zou ook hinderlijk zijn bij het observeren en fotograferen van vogels. De zon is minder een probleem dan je zou denken; game drives gaan vroeg in de ochtend door, of in de late namiddag. Het volstaat een hoed of pet mee te nemen.

Natuurlijk moet het ook een voertuig zijn dat hoog op zijn wielen staat en dat beschikt over een 4x4 aandrijving met diff lock (zodat je over hindernissen heen kan als je gaat off-roaden). Onze haren rijzen ten berge als we mensen de bush in zien gaan met mini-busjes (hoe voelt zoiets? Mag je dan om beurt door het raampje turen?) of met vrachtwagens waarbij er houten banken in de laadbak zijn gemonteerd (hoe blijf je zitten als zo’n ding in beweging is? En hoe voorkom je dat je foto-apparatuur op de grond valt?)
 
 
 

3. Private parken of openbare parken?

 
Wie nooit safaris heeft meegemaakt in beide soorten parken weet waarschijnlijk niet hoe groot het verschil kan zijn, en denkt misschien dat er geen verschil is. Niets is echter minder waar. De deuren van een openbaar park staan voor iedereen open, ook voor wie geen overnachting heeft geboekt in het reservaat zélf. Er is ook geen beperking van het aantal toegelaten voertuigen (met uitzondering van de oostelijke toegangspoort van Chobe in Botswana).

Je hebt er dus een pak bezoekers die de baan op zijn, in de meest diverse voertuigen. Echter, deze voertuigen krijgen een
groot aantal regels opgelegd; wie met eigen voertuig komt moet een dak hebben en als hij een open dak heeft mag hij daar niet zijn hoofd door steken. Ook ramen moeten dicht kunnen. Safari-operatoren mogen wél met open voertuigen (maw zonder ramen) het park in, maar er moet nog wel een dak op zitten. Bovendien moeten ze aan alle kanten zijpanelen voorzien die de toeristen beschermen tot op schouderhoogte.

Omwille van de grote bezoeker-aantallen zijn de regels van een openbaar park bovendien
zeer beperkend. Dat moet ook, enerzijds om de toeristen zélf te beschermen (want ze hebben geen ervaring met het omgaan met wilde dieren), maar anderzijds ook om de dieren te beschermen. Zo mag je bijvoorbeeld niet van de weg af. De natuur zou al snel te lijden hebben als die massa’s voertuigen allemaal gaan off-roaden.

Zo zijn er bvb ook regels die zeggen dat je voor zonsondergang uit het park moet zijn (of je kamp binnen zijn). Je kan dus doorgaans ook
geen “night drives" doen. Er zijn slechts een zeer beperkt aantal kampen binnen de parksgrenzen die dit kunnen aanbieden. Ook safaris te voet zijn meestal uit den boze, op een paar uitzonderingen na.

Verblijf je in accommodatie binnen het park dan zal je ook daar enorme verschillen merken met een lodge op privé gebied. Je zal je bevinden in omheind domein waar alle wild buiten wordt gehouden (het zijn zeer hoge en zware omheiningen). En je kamp lijkt wel een heus dorp, met een winkel, restaurants, benzinestation, car wash, en zeven soorten accommodatie. Een “restcamp” is de benaming die ze zo’n plaats geven, maar de
rust is soms ver te zoeken. Zo veel mensen bij elkaar, dat betekent natuurlijk ook meteen dat je een veel minder persoonlijke ervaring hebt dan in een lodge op privé domein (waar men je meteen kent en met je naam aanspreekt).

Nog een groot verschil zit in de kwaliteit van de gids en tracker. Als je niet zélf wil rijden kan je namelijk ook game drives boeken. Deze worden dan georganiseerd vanuit het restcamp. Het kan interessant zijn om dit te doen, want zij mogen op méér wegen dan de self-drivers, en bovendien melden de gidsen ook sightings met elkaar via de radio. Dus je ziet méér dan dat je er zélf op uit trekt. Maar het spreekt vanzelf dat privé lodges de beste gidsen en de meest legendarische trackers naar zich toe trekken (met hogere lonen en betere arbeidsvoorwaarden). Kortom;
de gidsen in openbare parken zijn toch net dat ietsje minder.

Wil dit alles zeggen dat we je aanraden om de openbare parken volledig links te laten liggen? Natuurlijk niet. Het
kan een goede aanvulling zijn voor je safari, en eens zélf achter het stuur zitten in big 5 gebied kan best avontuurlijk zijn. Een paar nachten in een Nationaal park inlassen kan bovendien er voor zorgen dat de totale kost van je safari iets draaglijker blijft. Natuurlijk; je moet dan een aantal dingen zélf doen die een lodge anders voor je regelt, zoals boodschappen doen, eten koken, en de afwas. Maar wie enkel voor openbare parken opteert, die riskeert toch wel om enkele essentiële diersoorten te missen. En de ervaring zal een stuk minder intens zijn (een “bush jam” om naar de staart van een luipaard te turen, die 100m van de weg afzit; het is geen verrijkende ervaring die je zal overtuigen om terug te keren). En je fotografische buit zal ook een pak lager liggen.

Bottom line is echter; een safari op privé domein is kwalitatief niet te overtreffen. Maar het is duurder dan een safari in het Nationaal Park. Een privé safari-lodge runnen is een
kost-intensieve bezigheid. De auto's vragen veel onderhoud door al dat off-roaden. Ze verbruiken heel wat benzine, want er wordt 8 uur per dag in rondgereden. Het kost ook een pak om alle materiaal, eten en drank tot in het midden van de Afrikaanse bush te brengen. Daar komt nog bovenop dat een lodge slechts een bepaald aantal bedden mag voorzien, afhankelijk van de grootte van hun domein. Typisch 10 bedden per 1000Ha. Dit doet men om massatoerisme te vermijden, en om impact op de natuur te beperken. Dat werkt uitstekend, maar het heeft dus zijn prijs!

Betekent dat dat een privé lodge altijd duur is? Geenszins! Er zijn enorme prijsverschillen tussen de privé lodges onderling. Dat kan te maken hebben met comfort-niveau (echter, de meest basische privé lodge zal nog steeds een hoger comfort-niveau hebben dan eender welk restcamp in een Nationaal Park). Dat kan te maken hebben met de grootte van het terrein waarop de lodge mag rondrijden ("traverse"). Maar het heeft meestal ook te maken met de populariteit van de lodge; een nieuwere lodge heeft vaak zeer economische prijzen. The Africa Bug kent zuidelijk Afrika door en door, en weet waar de beste "koopjes" te vinden zijn.
 
 
 








Offertes van The Africa Bug zijn steeds op maat
en aangepast naargelang Uw voorkeuren,
Uw budget en Uw gewenste reisduur

Ze zijn bovendien volledig vrijblijvend

Eenmaal het reisschema naar Uw wens
houden wij de kamers voor U een tweetal weken vast
zodat U zonder haast kan beslissen






 
 
 

4. Big 5 of geen big 5?

 
“Big 5” is een term uit de jacht. Het zijn de vijf dieren die het gevaarlijkst zijn om op te jagen; olifant, buffel, luipaard, leeuw en zwarte neushoorn.

Om de één of andere reden beoordelen vele mensen uit de Verenigde Staten aan de hand van deze term (waarbij ze de zwarte neushoorn meteen ook inruilen voor de veel tammere witte neushoorn). Hebben ze de big 5 gezien dan was het een goede safari. Indien niet, dan was het een slechte safari. Voor hen moet elke safari-lodge dan ook de big 5 kunnen tonen, zoniet is het zelfs de moeite niet waard om in die lodge te verblijven.


Wie op deze "big 5 only" manier een safari samentelt gaat voorbij aan een aantal fantastische parken en streken die nochtans de moeite waard zijn om te bezoeken.

Onze raad is dan ook; maak deze fout niet! Dat je de big 5 wil zien op héél je safari; akkoord. Maar dat je dezelfde vijf dieren bij elke lodge moet zien, da’s absoluut onnodig.

We kunnen dit het beste illustreren met een voorbeeld. Stel je volgende safari’s voor;

Persoon A gaat eerst naar Mashatu, wat een goede plaats is voor luipaarden, olifanten, en leeuwen. Ze hebben helaas geen buffels, omdat hun domein niet omheind is (buffels zouden de koeien van de omliggende stammen besmetten met mond-en-klauwzeer). En ze hebben ook geen neushoorns; allen gestroopt door mensen uit Zimbabwe, dat vlakbij ligt. Ook al is Mashatu slechts “big 3” toch is het een top-safari gebied, omwille van de fantastische landschappen, maar ook omwille van de aanwezigheid van veel cheetahs en een aantal antilopen-soorten die je elders maar zelden ziet (zoals de eland). Bovendien kan je - terwijl je toch in de buurt bent - een aantal andere bezienswaardigheden meepikken. Zoals Mapungubwe nationaal park, met zijn prachtige rotsformaties, en van waaruit je het drie-landenpunt kan zien. De Limpopo stroom levert ook de water-zoogdieren zoals nijlpaarden en krokodillen. Naast dit park liggen de oude Venetia mijnen, waar je nu een rehabilitatie-project van wilde honden kan gaan bezoeken.

Tweede halte voor persoon A; Blouberg Provinciaal Park. Niet zo ver uit de buurt van Mashatu trouwens. Totaal ongekend bij ons, maar ook dit park heeft enorme troeven. Er ligt een bergrug in, en daardoor vind je er een pak andere diersoorten die je elders zelden vindt; klipspringers, sabel-antilopen, grijsbokken, en de grootste kolonie van Kaapse gieren ter wereld (meer dan duizend broedparen). Om nog maar te zwijgen van de enorme verscheidenheid aan vogels die zo’n bergrug herbergt. En als klap op de vuurpijl kan je hier ook te paard de natuur in. Dat kan haast nergens anders, maar hier wel omdat er geen leeuwen noch olifanten zitten (er zit echter wel een grote troep buffels). De afwezigheid van olifanten zorgt dan weer voor een enorme bomenpracht, waaronder enorme baobabs.

De derde stop in deze reis; de private parken nabij Kruger. Hier zitten alle leden van de big 5. Maar eventueel kan je ook nog even de parken uit, en kan je ook de gekende Panorama route doen, met zijn gekende trekpleisters zoals Pilgrim’s Rest, de drie rondavels, Bourke’s Potholes, God’s window, enz.

Persoon B haalde zijn neus op voor parken als Mashatu, Mapungubwe en Blouberg, en koos voor een “big 5” reisschema met enkel lodges in de privé parken van Kruger.

Vergelijk nu beide scenarios. Kies je zoals persoon B dan heb je waarschijnlijk de big 5 gezien, maar met veel minder diversiteit qua vogels, bomen en grazers. Bovendien heb je in de privé parken van Kruger veel minder kans om cheetahs, krokodillen en nijlpaarden te zien. En dan hebben we het nog niet gehad over het eentonige landschap (het heet niet voor niets de “lowveld”). Bovendien gaat het activiteiten-pakket van de andere reis veel breder dan dat van jou.

Wie heeft nu de beste safari gehad? De persoon die zich blind staart op de big 5? Of de andere?